Ik ging op het bed zitten.
“Ja. Wie belt er?”
“Ziekenhuis La Timone in Marseille. Mevrouw Claire Delmas heeft u aangewezen als contactpersoon voor noodgevallen.”
Een paar seconden lang konden de woorden niet tot me doordringen.
Contactpersoon voor noodgevallen.
Claire.
Ziekenhuis.
Marseille.
“Wat is er gebeurd?”
Er viel een korte stilte.
“Ze is gisteravond opgenomen omdat ze zich niet lekker voelde. Haar toestand is stabiel, maar we hebben wel een familielid nodig. Kunt u komen?”
Mijn hart begon zo hard te bonzen dat ik mijn hand op mijn borst moest leggen.
“Ja. Ja, natuurlijk. Maar wat scheelt er met haar?”
De vrouw antwoordde zachter:
“De dokter zal het uitleggen als u daar bent, meneer.”
Toen begon de echte angst.
Ik hing op, zonder te beseffen hoe lang ik stil was geweest na het gesprek. Toen gebeurde alles in een flits. Een snelle douche. Een paar kleren in de koffer. Een kort verslag aan mijn leidinggevende. De eerstvolgende trein naar Marseille.
Ik heb geen oog dichtgedaan in de TGV.
Ik keek naar het landschap dat buiten het raam voorbijtrok, zonder het echt te zien.
Ik zat na te denken over het ongeluk.
Over de ziekte.
Iets wat ze wellicht verbergt.
Ik zat te denken aan die rode vlek.
Steeds weer opnieuw.
Maar ik heb me de waarheid nooit kunnen voorstellen.