Bereidingswijze
1 Beslag maken: Doe de tarwebloem, boekweitmeel, gist, suiker en zout in een grote kom en meng door elkaar.
2 Melk toevoegen: Giet de lauwwarme melk er beetje bij beetje bij terwijl je klopt met een garde. Voeg het losgeklopte ei en de gesmolten boter toe. Klop tot je een glad, dik beslag hebt zonder klontjes.Laten rijzen: Dek de kom af met een theedoek of vershoudfolie.
3 Laat het beslag op een warme, tochtvrije plek 45 tot 60 minuten rijzen tot het in volume is verdubbeld en er belletjes op het oppervlak ontstaan.
4 Bakken: Verhit een poffertjespan op middelhoog vuur. Vet de holletjes goed in met roomboter. Vul elk holletje voor ongeveer ¾ met beslag met behulp van een spuitzak of twee theelepels.
5 Keren: Zodra de bovenkant van de poffertjes droog is en er belletjes verschijnen, keer je ze met een vork of satéprikker. Bak de andere kant in 1-2 minuten goudbruin.
6 Serveren: Schep de poffertjes direct op een bord. Leg er een klontje roomboter op en bestrooi zeer royaal met poedersuiker. Serveer direct terwijl ze nog warm zijn.Tip van de Hollanders: Eet ze met je vingers of prik ze aan een vorkje. De boter moet smelten en de poedersuiker moet overal zitten!Eet smakelijk!