Isabelle dacht even dat hij weer zijn oude neerbuigende houding zou aannemen.
Maar wat haar trof, was niet zijn verdriet.
Het komt door zijn kleine gestalte.
Hij leek kleiner.
Niet arm.
Ononderbroken.
Eenvoudigweg teruggebracht tot de ware grootte.
Hij bleef een paar stappen bij haar vandaan staan en keek naar de handschoenen, het notitieboekje, de vochtige muur en de technicus die deed alsof hij niet luisterde.
‘Doe je dit echt?’ vroeg hij.
Isabelle knikte.
“Niet.”
“Waarom?”
Er waren veel antwoorden.
Omdat hard werken geen ruimte laat voor verzwakking van de trots.
Omdat stilte meer onthult dan woorden.
Omdat haar kinderen een moeder nodig hadden die de waarde van handen begreep, niet alleen van handtekeningen.
Omdat ze, nadat de papierwinkel haar uit het leven had gedreven, een leven wilde opbouwen dat niemand haar kon afnemen.
Maar ze koos voor het eenvoudigste antwoord.
“Omdat ik graag wil weten wat van mij is.”
Deze zin deed hem meer pijn dan de beschuldiging.
Hij sloeg zijn blik neer.
“Ik was wreed.”
“Niet”.
“Ik dacht…”
Hij hield even stil.
“Ik dacht dat je klaar was.”
“Ik weet”.
“Ik begreep niet wie je was.”
Deze keer glimlachte Isabelle bijna.